print

Dalende bodem, stijgende kosten. Bodemdaling in laagveengebieden (Deltaproof)

Terug
Projectcode 446539
Uitvoerders PBL, WUR, Deltares, DLG.
Thema Klimaat & water
Einddatum 01-01-2015

Documenten

In dit project werken STOWA en het Planbureau voor de Leefomgeving aan een samenhangend overzicht van de problematiek rondom veenbodemdaling in Nederland, nu en op lange termijn (2050 en 2100). Mede met het oog op de toekomstige waterveiligheid. Hiervoor worden de problemen rond bodemdaling, de mogelijke oorzaken en de verdere ontwikkeling ervan, inclusief de ontwikkeling van bijvoorbeeld het landgebruik, in kaart gebracht. Dit gebeurt op basis van de geschetste Deltascenario’s. Een zeer belangrijk onderdeel van het project is het geven van inzicht  in de maatschappelijke kosten en baten, en effecten van mogelijke ontwikkelingsalternatieven van laagveengebieden.

Achtergrond

In het Deltaprogramma ligt de focus vooral op het waarborgen van de waterveiligheid en zoetwaterbeschikbaarheid tegen de achtergrond hvan klimaatverandering.  Er is relatief weinig aandacht voor de problematiek van de laagveengebieden, terwijl deze sterk verbonden is met de thematiek van het Deltaprogramma. Dalende bodems en een stijgende zeespiegel in een delta zijn processen die direct verband houden met waterbeheerkosten en veiligheid van regionale waterkeringen. Mede daarom is aandacht voor de lange termijn, ook al zijn er onzekerheden, van groot belang.  Ook is geconstateerd dat bij bestuurders de lange-termijnontwikkeling nog relatief weinig aandacht krijgt. Vandaar dat STOWA en het Planbureau voor de Leefomgeving in dit project werken aan een samenhangend overzicht van de problematiek rondom veenbodemdaling in Nederland, nu en op lange termijn (2050 en 2100).

Het resultaat van het project kan als bouwsteen gebruikt worden voor visievorming en afwegingen door bestuurders. Dit vereist inzicht in (bestuurlijke) keuzemogelijkheden voor de korte termijn met een doorkijk op de lange termijn (‘niet acuut wel urgent’). Daarvoor is het nodig om een koppeling te maken tussen de fysieke processen en de economische aspecten - de waarde en economie van het landgebruik en kosten van het beheer – in de vorm van een brede maatschappelijke kosten-batenanalyse. dat gebeurt in dit project.

Het project beoogt bij te dragen aan een meer uniforme en geaccepteerde methodiek die de problematiek inzichtelijk en waar gewenst vergelijkbaar maakt. Door in te zoomen op regionale verschillen wordt inzicht verschaft in de verschillen en overeenkomsten wat betreft knelpunten, mogelijke kansen, dilemma’s en potentiële conflicten. Hierbij bestaan nauwe beleidsrelaties tussen Rijk (landbouw, natuur en kaderstellend/flankerende beleid voor functieverandering), provincie (functieverandering in streekplan/structuurvisie), gemeente (bestemmingsplan) en waterschap (uitvoerder waterhuishoudkundige maatregelen).

Projectaanpak
Bestaande informatie over de laagveengebieden in Nederland vormt de basis voor het maken van het samenhangend overzicht. Veel kennis is de afgelopen decennia al beschikbaar gekomen, ook in de vorm van overkoepelende visies. Er wordt geen nieuw onderzoek gedaan; vooral het al bestaande materiaal wordt toegepast (ref. ORAS). Wel wordt een maatschappelijke kosten-batenanalyse uitgevoerd, waarvoor informatie zal worden verzameld. Het vertrekpunt is een analyse die voor zoveel mogelijk stakeholders relevant kan zijn. Concreet betekent dit dat er gekeken wordt naar de kosten en baten van beheer, en van de belangrijkste vormen van landgebruik (landbouw, natuur, bebouwde omgeving/infrastructuren). De ontwikkelingsalternatieven rond beheer en landgebruik worden geplaatst in de ruimte- en tijdontwikkelingen van de Deltascenario’s.

Voor inzicht in mogelijke effecten van toekomstige ontwikkeling in landgebruik (incl. de fysieke aspecten zoals bodemdaling, peilbeheer, peilvakken etc.) wordt gebruik gemaakt van de RuimteScanner, waarmee niet alleen fysieke en ruimtelijke aspecten kunnen verkend maar ook economische effecten van veranderingen in de fysieke omgeving.

Fasering en planning
Het project wordt uitgevoerd in drie fases. In de eerste fase, inventarisatie- en analyse fase,  zullen de probleemstelling en de vragen verder aangescherpt, aangevuld en in nauw overleg worden uitgewerkt. Deze fase moet leiden tot een definitief plan van aanpak (inhoud, w.o. de beleidsalternatieven en aanpak). Dit plan zal eind januari 2014 worden voorgelegd.

In de tweede fase, de uitvoeringsfase, zal de voorstudie en de daar beschreven aanpak nader uitgewerkt worden. Er komt een uitgewerkte brede MKBA met nuloptie (voortgang huidige situatie) en mogelijke alternatieven (e.g. focus op competitieve landbouw, vasthouden koolstof of  op ruimtelijke optimalisatie), geplaatst in de lange termijn ontwikkeling zoals geschetst in de Deltascenario’s (2050 en 2100).

De derde fase is bedoeld voor de eindrapportage en de presentaties van de resultaten.

Betrokken partijen
Het PBL en STOWA zijn de initiatiefnemers van deze studie en het PBL neemt de taak als projectleider op zich.  Het project wordt uitgevoerd in nauwe samenwerking met en ondersteund door onderzoekers van WUR, Deltares en DLG. Belangrijke rol is weggelegd voor de waterschappen en provincies. Enerzijds voor het ontsluiten van kennis over waterbeheer, ruimtelijke aspecten en anderzijds voor de wensen en ideeën.

Voor het project hebben STOWA en PBL een zogenoemde watertrainee aangesteld.  De achterliggende gedachte is dat we jonge, pasafgestudeerde talenten/studenten een goede start willen geven op de arbeidsmarkt en warm willen maken voor het werken in de watersector. De komende jaren dreigt er namelijk een tekort aan waterprofessionals. Klik HIER voor meer informatie over het watertraineeship.

Watersystemen

Werkplek

U dient ingelogd en gemachtigd te zijn om deze werkplek te kunnen bekijken.
Login