print

Onderzoek ethiek en problematiek muizenplaag voor waterschappen

Terug
Projectcode 451 241
Uitvoerders Ecologisch Adviesbureau Altenburg & Wymenga en Margo Akkermans
Thema Hoogwaterbescherming
Einddatum 01-02-2016

Documenten

STOWA laat onderzoek doen naar de ethiek en problematiek van de muizenplaag voor alle waterschappen. Tijdens het onderzoek worden onder meer de risico’s van muizenplagen voor waterveiligheid en waterkwaliteit in kaart gebracht en onderzocht wat de beste methode is om veldmuispopulaties te monitoren. Ook zal onderzocht worden wat muizenplaaggevoelige plekken in Nederland zijn, op basis van grondslag, drooglegging, historie e.d. en hoe je via inrichting en beheer invloed uit kunt oefenen op het aantal muizen en de schade die ze aanrichten. Tevens wordt onderzoek gedaan naar de effectiviteit van verschillende beheer- en bestrijdingsmaatregelen, waarbij ook wordt gekeken naar de ethische kant van plaagbestrijding.

Achtergrond

Variaties in muizenaantallen zijn van alle tijden en alle plaatsen. Veelal zijn ze voor het functioneren van waterkeringen en de veiligheid van ondergeschikt belang. Niettemin komen er soms sterke pieken in aantallen voor, zodat er sprake is van een plaag. Het is voor de waterschappen (en voor de landbouw) belangrijk om dergelijke heftige pieken vroegtijdig te onderkennen, en te begrijpen of en hoe ze eventueel kunnen worden voorkomen, dan wel kunnen worden ingedamd. Ook is het van belang om de risico’s in kaart te brengen en werkzame beheersmaatregelen uit te werken.

Het cyclische verloop van muizenplagen en het snel reageren daarop van bijvoorbeeld roofvogels, maakt het mogelijk om al vóór dat de plaag zich aandient te weten dat er een plaagsituatie aan zit te komen. Het is een omissie dat er nog geen vorm van landelijke monitoring van woelmuizen (waaronder veldmuizen) bestaat, waarmee vroegtijdig dergelijke signalen kunnen worden gedetecteerd. In de aandacht voor de Friese muizenplaag van 2014/2015 wordt al wel naar de mogelijkheden voor een early warning system gekeken, maar dat richt zich op de regionale situatie.

Als een plaag zich eenmaal voordoet zijn er op dat moment weinig mogelijkheden om in te grijpen. Momenteel worden bestrijdingswijzen bestudeerd die eventueel kunnen worden ingezet. Bestrijding is echter een laatste redmiddel, en in veel gevallen nauwelijks vlakdekkend toe te passen, en biedt daarom vaak geen soelaas om schaden op enige schaal voor te zijn. Het is daarom veel meer voor de hand liggend om in te zetten op voorkoming van plagen, voor zover dat kan door een duurzame inrichting van het landschap, adequaat beheer van de vegetatie op de keringen en een voor muizen ongunstig waterbeheer. Voor de waterschappen is het relevant een goed beeld te hebben van de risico’s die kunnen optreden, kennis te hebben over de rol die waterkeringen kunnen spelen bij het optreden van muizenplagen, wat het optimale vegetatiebeheer is in dat verband en hoe keringen bij eventuele schade efficiënt hersteld kunnen worden.

Communicatie

Om de waterschappen op de hoogte te houden van de uitkomsten van het onderzoek, wordt de waterschappen via een factsheet (bijlage) en via de STOWA-digibrief (aanmelden op onze homepage) en op www.stowa.nl op de hoogte gesteld van de vorderingen. Tevens worden er in de factsheet eventuele vragen gesteld die kunnen bijdragen aan het STOWA-onderzoek.

Meer weten over dit onderzoek? Neem dan contact op met Margo Akkermans van STOWA, 033 460 32 00.

 

Waterweren

Werkplek

U dient ingelogd en gemachtigd te zijn om deze werkplek te kunnen bekijken.
Login