print

Optimalisatie Verbeterd Gescheiden Rioolstelsels

Terug
Projectcode 433147
Uitvoerders
Thema Stedelijk waterbeheer
Einddatum 01-01-2014
In dit project onderzoeken STOWA en Stichting RIONED gezamenlijk de mogelijkheden om de werking van verbeterd gescheiden rioolstelsels te optimaliseren, met name door betere sturingsmogelijkheden van de waterstromen via het variëren van de zogenoemde pompovercapaciteit van hemelwaterriool naar vuilwaterriool. Op deze manier verbetert de werking van de aangesloten rwzi's en vermindert de vuilemissie.

Dit project is onderdeel van de 'Proeftuinen' waarin STOWA en Stichting RIONED gezamenlijk de afspraken uit het Bestuursakkoord Water ondersteunen door het ontwikkelen van kennis die bijdraagt aan succesvolle samenwerking tussen gemeenten en waterschappen in de waterketen. 

Toelichting

Verbeterd gescheiden rioolstelsels zijn in Nederland geïntroduceerd met twee doelen: het ondervangen van de gevolgen van foutaansluitingen (vuilwaterlozingen op het hemelwaterstelsel); het afvoeren van een aanzienlijk deel van het regenwater en in ieder geval de first flush tijdens neerslag (de relatief hoge vuilconcentraties in afstromend regenwater aan het begin van een bui) naar de rwzi.

Met de destijds geldende rekenregels is de combinatie van 4 mm berging en 0.3 mm/h pompovercapaciteit (poc) tot standaard verheven. Met dit standaard ontwerp wordt op jaarbasis ongeveer 2/3 van de neerslag afgevoerd naar de rwzi, waarmee lokaal de emissie afneemt.

Echter: een onbedoeld (en destijds vergeten!) neveneffect is de aanvoer van ‘dun’ water naar de rwzi met negatieve gevolgen voor zuiveringsrendementen en geloosde vrachten via het effluent. Dit water wordt uiteindelijk geloosd als rwzi-effluent, waarbij zeker voor nutriënten geldt dat deze in effluent hoger liggen dan in het ingezamelde regenwater. Op grotere schaal levert de introductie van een VGS daarmee (afgezien van de specifieke impact van foutaansluitingen) netto een toename van de jaaremissie op.

In de praktijk bestaat hierdoor een spanningsveld: enerzijds het willen afvoeren van relatief ‘vuil’ water richting rwzi en anderzijds het willen voorkómen van de aanvoer van te ‘dun’ water naar deze rwzi. De definitie van ‘vuil’ en ‘dun’ water is daarbij geen vaststaand gegeven, maar afhankelijk van verscheidene parameters.

Het bepalen van de optimale afvoer van hemelwater (met het oog op minimaliseren van de totale emissie vanuit het afvalwatersysteem of het beperken van de impact op het oppervlaktewater) is dus parameterafhankelijk. Voor een VGS dat afpompt naar een gemengd stelsel lijkt het altijd zinvol het afpompen te staken zodra de overstort in het gemengde stelsel in werking treedt. In dit voorbeeld is de preferente lozingslocatie dus tijdsafhankelijk.

Het onderzoek in dit project bevat verschillende sporen samenvallend met de invalshoeken van de beheerders:

1. Het meten van de waterstromen: wat gaat wanneer waar naartoe? Op deze wijze kan  men in tijd en ruimte gaan sturen op volumes en vrachten.

2. Meten van het effect van het uitzetten van de pompovercapaciteit op enig moment.

3. Het reduceren van de toevoer van water (en vuil) om de capaciteit in bijvoorbeeld transportleidiingen te compenseren. De theoretische verhoging van de emissie wordt elders gecompenseerd.

Waterketen

Werkplek

U dient ingelogd en gemachtigd te zijn om deze werkplek te kunnen bekijken.
Login