print

Rol afvalwaterketen in verspreiding van antibioticaresistentie

Terug
Projectcode 433171
Uitvoerders RIVM
Thema Stedelijk waterbeheer
Einddatum 01-01-2016

Antibioticumresistentie staat maatschappelijk en politiek volop in de belangstelling. Er wordt aangedrongen om maatregelen die het antibioticumgebruik reduceren en het ontstaan en de verspreiding van antibioticumresistentie voorkomen. Het is voor verschillende domeinen, zoals de gezondheidszorg, veterinair, en watersector, van belang te weten welke bijdrage ze leveren aan de verspreiding van antibioticumresistentie en welke maatregelen er binnen de verschillende domeinen genomen kunnen worden om verspreiding tegen te gaan.

In dit project wordt bekeken wat de relatieve bijdrage is van rwzi-effluent en water vanuit riooloverstortingen aan de aanwezigheid van bepaalde antibioticaresistente E-colibacterien, belangrijke ziekteverwekkers bij mens en dier. Dit in vergelijking tot bijdragen vanuit andere bronnen, zoals uitgereden dierlijke mest en bedrijven waar landbouwhuisdieren gehouden worden.

De uitkomsten geven waterbeheerders en gemeenten de mogelijkheid om indien nodig, maatregelen te treffen om de bijdrage van rwzi's en riooloverstorten aan het vergroten dan wel verspreiden van antibioticaresistentie terug te dringen.

Achtergrond

Een hoog percentage fecale bacteriën in Nederlands oppervlaktewater is resistent tegen één of meerdere antibiotica . Onder deze bacteriën zijn bacteriesoorten die grote problemen geven in de kliniek, zoals ‘extended spectrum beta-lactamase (ESBL)-producerende E. coli en ampicilline-resistente Enterococcus faecium. ESBL-producerende E. coli (ESBL-EC) zijn resistent tegen een van de belangrijkste groep van antibiotica, de zogenaamde beta-lactam antibiotica, waar onder andere penicillinen en 3e generatie cephalosporinen toe behoren. Het aantal ziekenhuis-geassocieerde infecties met E. faecium is in de laatste jaren sterk toegenomen. Deze bacteriën worden gekenmerkt door resistentie tegen ampicilline en vaak ook tegen quinolonen en de aanwezigheid van het esp-gen. Vanwege deze resistenties zijn infecties met ESBL-EC en ampicilline-resistente E. faecium (amp-Efm) moeilijk te behandelen.

ESBL-EC zijn aangetoond op officiële zwemlocaties in Nederland en in oppervlaktewater gebruikt voor irrigatie (H. Blaak, niet-gepubliceerde data). amp-Efm is tot nu toe aangetroffen in afvalwater van ziekenhuizen, en in gemeentelijk afvalwater, wat aangeeft dat deze bacterie ook voorkomt onder de algemene bevolking. Gegeven het voorkomen in afvalwater, is het te verwachten dat amp-Efm ook kan voorkomen in recreatie en/of irrigatiewater. De aanwezigheid van deze typen antibioticumresistente bacteriën in oppervlaktewater waar mensen aan blootgesteld kunnen worden, vormt mogelijk een risico voor de volksgezondheid en zou daarom vanuit het voorzorgsprincipe beperkt moeten worden. Om doelgericht te kunnen interveniëren is het van belang te bepalen wat de relatieve bijdrage is van mogelijke bronnen van deze bacteriën.

Antibioticumresistente bacteriën die in oppervlaktewater worden aangetroffen zijn waarschijnlijk grotendeels afkomstig van met antibiotica behandelde mensen en dieren. Ze komen in het water terecht met gedeeltelijk gezuiverd of ongezuiverd afvalwater en door afspoeling van mest. Wat de relatieve bijdrage is van het humane en dierlijke domein is op dit moment niet bekend. In Nederland worden bij landbouwhuisdieren in verhouding met andere Europese landen relatief veel antibiotica gebruikt, wat gepaard gaat met een hoge prevalentie van antibioticumresistente bacteriën in deze dieren (6). Ook in dierlijke mest, vooral van pluimvee, vleesvarkens en vleeskalveren, komen frequent ESBL-EC voor (H. Blaak, niet-gepubliceerde data), en het is aannemelijk dat in ieder geval een deel van de ESBL-EC in oppervlaktewater van dierlijke oorsprong is. Dit is vermoedelijk minder het geval voor amp-Efm, omdat deze bacterie vooral bij mensen voorkomt, hoewel ook in varkens ampicilline-resistente E. faecium kunnen worden gevonden (7). Wel kan dragerschap van het esp-gen bij ampicilline-resistente stammen als marker voor humane isolaten, en daarin vooral voor stammen van ziekenhuispatiënten, gebruikt worden.

Hoewel in vergelijking met het gebruik bij landbouwhuisdieren het antibioticumgebruik in de humane gezondheidzorg in Nederland terughoudend is, worden in afvalwater van ziekenhuizen en verzorgingshuizen zeer hoge concentraties ESBL-Ec en amp-Efm aangetroffen (3, H. Blaak, niet-gepubliceerde data). Dit afvalwater wordt op het riool geloosd. Een conventionele rioolwaterzuivering, waar het effluent niet wordt gedesinfecteerd, loost per RWZI (met een capaciteit van 10,000 m3 – 35,000 m3) per dag ca. 1010-1011 ESBL-EC en amp-Efm op het oppervlaktewater. Bij extreme weersomstandigheden, waaronder zeer hevige regenval, komt met riooloverstorten ook ongezuiverd afvalwater op het oppervlaktewater terecht. Ongezuiverd afvalwater bevat gemiddeld 100 tot 1000 keer zoveel ESBL-EC en amp-Efm dan effluent dat na zuivering wordt geloosd van zowel ESBL-EC als amp-Efm in Nederlands oppervlaktewater.

Om het risico op blootstelling van ESBL-EC en amp-Efm via water te voorkomen, zijn interventiemaatregelen nodig om de contaminatie van oppervlaktewater te beperken. Voor een planmatige aanpak is het van belang eerst vast te stellen wat de relatieve bijdrage is van de verschillende contaminatiebronnen: RWZI effluenten, riooloverstorten, en dierlijke mest. Daarna kan de bijdrage van specifieke puntbronnen, zoals zieken- en verzorgingshuizen aan het voorkomen van deze bacteriën in afvalwater worden vastgesteld.

De bijdrage van humane en dierlijke bronnen kan onderzocht worden door een bacterie die zowel van humane als dierlijke oorsprong kan zijn én een bacterie die voornamelijk van humane oorsprong is te bestuderen, en oppervlaktewateren met veel (stedelijk gebied) en weinig (landelijk gebied) humane invloed te onderzoeken.

 

Waterketen

Werkplek

U dient ingelogd en gemachtigd te zijn om deze werkplek te kunnen bekijken.
Login