print

Efficiëntie polymeergebruik slibontwatering

Terug
Rapportnr 2014-08
ISBN 978.90.5773.627.8
Type Rapport
Prijs € 25
Datum 01-04-2014

Documenten

Download Bestel

STOWA-onderzoek uit 2012 liet zien dat het ontwateren van slib steeds meer moeite kost. Dit uit zich vooral in een toename van het polymeergebruik voor het ontwateren van slib. Deels heeft dit te maken met andere ontwikkelingen op rwzi's, zoals een toename van biologisch defosfateren al dan niet in combinatie met ondersteuning van chemische precipitatie. Anderzijds liet het onderzoek ook zien dat aandacht voor de bedrijfsvoering van de slibontwatering van belang is om de ontwatering zo effectief mogelijk te laten verlopen. Dit rapport bevat de resultaten van onderzoek naar effectieve aanmaak en rijping van polymeren. Met de resultaten van dit onderzoek kunnen zuiveringsbeheerders het gebruik van polymeren bij slibontwatering optimaliseren en chemicaliën en daarmee kosten besparen.

Achtergrond

De waterschappen willen in 2020 minstens 40% van het energieverbruik zelf opwekken. In de Meerjarenafspraken energie-efficiency (2008), het Klimaatakkoord (2010), de Lokale Klimaatagenda (2011), de Green Deal (2011), het Ketenakkoord Fosfaat en recentelijk het SER Energieakkoord (2013) zijn beleidsmatige afspraken gemaakt over energie- en fosfaatterugwinning. Grond- stoffenterugwinning, energie- en kostenbesparing zijn belangrijke uitdagingen voor de toe- komst.

De eindontwatering van zuiveringsslib gebeurt in Nederland vooral met centrifuges, zeef- bandpersen en kamerfilterpersen. Deze technieken kenmerken zich door het gebruik van chemicaliën (polymeer). Dat levert een grote kostenpost op. In dit kader zijn de waterschappen voortdurend op zoek naar mogelijkheden om efficiënter om te gaan met polymeren met behoud van het ontwateringsresultaat.

Publicaties