print

Vergelijkende analyse milieu-indicatiewaarden macrofyten

Terug
Rapportnr 2016-W-03
ISBN -
Type Werkrapport
Prijs € 25
Datum 03-10-2016

Documenten

Download Bestel
Download Bestel

Planten en dieren stellen bepaalde eisen aan hun milieu. Het voorkomen van een bepaalde soort kan daarom iets zeggen over de heersende milieu-omstandigheden. Dit heet milieu-indicatie. Er zijn verschillende methoden om milieu-indicatiewaarden af te leiden en er zijn ook al bestaande sets van indicatiewaarden, o.a. voor aquatische vegetatie. Deze studie gaat over de vraag of en hoe vegetatiegegevens kunnen worden gebruikt om een (kwantitatieve) uitspraak te kunnen doen over het milieu waarin ze voorkomen. Bijvoorbeeld het voorspellen van de zuurgraad of de fosfaatrijkdom op basis van een lijst met plantensoorten. Belangrijke vragen daarbij zijn:

    •    Kan dit? Zo ja, hoe goed is de voorspelling?
    •    Welke rekenmethoden zijn dan het best bruikbaar?
    •    Moeten soorten- en milieudata nog worden getransformeerd?
    •    Op welk niveau werken indicatiewaarden het best: landelijk, per watertype, per regio?

In dit rapport zijn twee verschillende methoden om milieu-indicatiewaarden te bepalen, met elkaar vergeleken: weighted averaging (berekening van optima en toleranties volgens methode ter Braak) en gewogen gemiddelden (volgens methode Bloemendaal & Roelofs).  Ze leiden tot duidelijk andere resultaten, zoals in dit rapport wordt geïllustreerd.

De uitkomsten laten zien dat zowel de keuze van de regio als van het watertype een duidelijke invloed heeft op de berekende indicatiewaarden. Ook is de mate waarin de meetgegevens al dan niet evenwichtig zijn verdeeld over de milieugradiënt, van (grote) invloed. Dit geldt voor de absolute indicatiewaarden. In veel gevallen was de ordening van indicatiewaarden (relatief ten opzichte van elkaar) in de verschillende datasets wel vergelijkbaar. Hierdoor is een 'relatieve' toepassing van indicatiewaarden, zoals in AqMaD, met de bestaande data en methoden goed mogelijk, ondanks verschillen tussen regio’s en watertypen. Aan een 'absolute' toepassing (zoals het voorspellen van de waarde van een milieuvariabele vanuit de soorten) zitten verschillende haken en ogen. Hiertoe is in deze studie een alternatieve methode bedacht en onderzocht die uitgaat van de kans op voorkomen van soorten over een milieugradiënt. De methode kan omgekeerd worden gebruikt voor milieu-indicatie.

Aanbevolen wordt om zowel alternatieve methoden nader te bekijken als om datasets te verbeteren en - voorafgaand aan het bepalen van indicatiewaarden - in te delen in enkele grotere clusters op basis van regio en watertype.

Dit onderzoek is uitgevoerd in het kader van Ecologische Sleutelfactor 4 voor stilstaande wateren: Habitatgeschiktheid.

Publicaties